KPMG: 'Vrijblijvendheid in rapporteren over duurzaamheid gaat verdwijnen'

KPMG: 'Vrijblijvendheid in rapporteren over duurzaamheid gaat verdwijnen'
Jerwin Tholen en Brigitte Campfens. Foto's: Diederik van der Laan

Supermarktketens worden naar verwachting in 2024 geconfronteerd met de verplichting om in detail te rapporteren over hun duurzame initiatieven. Jerwin Tholen en Brigitte Campfens van advies- en accountancybedrijf KPMG adviseren de formules bij die opdracht. 'Bedrijven als Ahold Delhaize en Heineken zijn al goed op weg, maar bij veel anderen in de foodsector is de rapportage nog beperkt.'

De nieuwe EU-richtlijn zorgt er onder meer voor dat supermarktketens en foodleveranciers hun duurzaamheidsdoelstellingen in de strategie moeten verankeren. Met andere woorden, verduurzaming van de gehele bedrijfsoperatie moet meetbaar en inzichtelijk zijn. Distrifood Magazine spreekt Jerwin Tholen en Brigitte Campfens rond de lancering van de zogeheten nationale ESG-barometer van KPMG, kort gezegd een peilstok in hoeverre bedrijven met meer dan 250 werknemers in Nederland al klaar zijn voor die toekomstige wetgeving.

Hoe doen supermarktketens het op het gebied van duurzaamheid?

‘Wat best bijzonder is, is de wil van de supermarktsector om in samenspraak toezeggingen te doen. Samen afspraken maken over leefbaar loon, en het verduurzamen van producten in samenwerking met fabrikanten. Daarmee onderscheiden Nederlandse supermarktketens zich van formules in het buitenland’, zegt Campfens. Tholen: ‘Je ziet ook dat supermarktketens die historisch gezien niet of nauwelijks een reputatie hadden op het vlak van duurzaamheid nu heel hard gaan in dit domein. Ook zie je dat supermarktketens in Nederland al gewend zijn om te rapporteren over duurzaamheid. Ze zijn heel duidelijk over waar het voedsel geproduceerd wordt en waar de leveranciers in de keten zitten. Dat zie je bijvoorbeeld in de duurzaamheidsrapportage van Albert Heijn, Plus of Jumbo; die plaatsen dat ook online. Dat zag je tot voor kort alleen nog maar in de textielbranche, bij modebedrijven die heel vooruitstrevend zijn. En dat gaat nu ook in een rap tempo in de foodsector.’

Jerwin Tholen
Jerwin Tholen

Vooruitstrevend dus, noem eens iets vooruitstrevends?

Campfens: ‘Het is nog kleinschalig, maar je ziet dat er van bepaalde producten alleen nog maar een bio-variant of een duurzamere gecertificeerde variant wordt aangeboden. De minder duurzame variant staat dan niet meer in het schap. Dat is een mooie stap, maar tegelijk ook lastig voor supermarktketens, omdat prijsprofilering natuurlijk heel belangrijk is. Dus durf je als supermarktketen de keuze te maken alleen het duurzame alternatief in het schap te zetten, waar ook nog eens een prijskaartje aan hangt?’

En op welke duurzame thema’s blijven ze (voorlopig) juist achter?

Tholen: ‘Er komt nieuwe wetgeving wat betreft de duurzaamheidsrapportage. In deze nieuwe richtlijn staat dat bedrijven met 250 of meer medewerkers straks verplicht zijn te rapporteren over de impact van hun activiteiten op mens en milieu. Ook wordt het verplicht om deze informatie te laten toetsen door een accountant. Daar zitten zaken in die retailers nu nog niet standaard rapporteren. Het vraagt je als bedrijf in feite te kijken naar je kwetsbaarheden en hoe je in de toekomst gaat voldoen aan bepaalde waarden. Wereldwijde concerns, als Ahold Delhaize, FrieslandCampina, Heineken, en een aantal kleinere bedrijven met een heel gerichte strategie zijn al goed op weg, maar bij veel andere Nederlandse bedrijven in de foodsector gebeurt dit nog in beperkte mate. Niet alleen omdat ze moeten wennen aan de verplichte rapportage over duurzaamheid, maar ook omdat het lastig te begrijpen is wat dit allemaal gaat betekenen voor hun eigen bedrijf.’

Brigitte Campfens
Brigitte Campfens

Zit de moeilijkheid in het meetbaar en concreet maken van doelstellingen? 

Tholen: ‘Veel bedrijven vinden het lastig om concrete resultaten te presenteren aan de hand van meetbare doelstellingen, de concrete voortgang die geboekt wordt op een doelstelling en de vergelijking met resultaten uit het verleden. Als je dat allemaal wel kunt, dan wordt je proces immers heel transparant. Alleen die rapportage over tijd, over heel specifieke indicatoren, die is nog volop in ontwikkeling.’ Campfens: ‘Wat gaat verdwijnen is de vrijblijvendheid in het rapporteren. Je kon tot nu toe in je rapportage een indicator eruit lichten waarop je goed scoorde en daarmee goede sier maken. Aan de andere kant, het gaat supermarktketens ook helpen met het formuleren van ‘wat is nou een meetbare doelstelling?’ en ‘wat is een haalbaar doel?’. Dit zal tegelijkertijd de consument helpen, want die gaat zo beter begrijpen wat er werkelijk verbetert binnen de supermarktketen.’

Zitten er nu supermarktketens met de handen in het haar?

Campfens: ‘Ik weet niet of dat zozeer het geval is bij supermarktketens, maar er zijn organisaties die van oudsher puur op kostenfocus zijn ingericht. Die niet precies in kaart hebben waar alle grondstoffen vandaan komen. Als je dat wel inzichtelijk moet maken, kan dat impact hebben op het bedrijfsmodel.’ 

Huiveren supermarktketens dat ze straks transparanter moeten zijn?

Tholen: ‘Er zit altijd gezonde spanning tussen transparantie en concurrentievoordeel. Als jij goed weet in te kopen, en dat kan of heel duurzaam zijn of heel goedkoop of een mix daarvan, en jij hebt dat beter georganiseerd dan je concurrent, heb je niet zoveel te winnen met alle informatie blootleggen. En dat is ook een van de dilemma’s in dit hele spel. Er bestaat technologie om te bevestigen waar een product precies vandaan komt en hoe duurzaam het is, maar waarbij niet alle tussenstapjes gepubliceerd worden. De vraag wanneer het transparant genoeg is om aan te tonen dat je de hele keten onder controle hebt, dát gaat een flinke uitdaging worden de komende jaren.’ 

Tussenstapjes?

Tholen: ‘Er zijn maar weinig supermarkten die rechtstreeks inkopen bij een boer aan de andere kant van de wereld. Vaak gaat dat via meerdere tussenhandelaren, die allemaal een stukje verdienen aan die stappen in de keten. Dan is de vraag: welke prijs betaalt nou wie aan wie en hoe verhoudt zich dat tot de prijs van het product dat op het schap ligt. Het is ook normaal dat je dat niet allemaal op tafel legt, want dan weet iedereen precies wat je verdienmodel is.’

Komt die regelgeving er wel? 

Tholen: ‘Er is op dit moment geen regelgeving in de maak die vraagt om op deze manier transparant te zijn. Er komt wel EU-regelgeving over due diligence. Dan gaat het erom dat je inzichtelijk hebt dat jouw (toe)leveranciers mensenrechten respecteren. En dat geldt voor alles dat je inkoopt. Daar gaan de verrassingen komen. Straks moeten supermarktketens gaan rapporteren over zaken waar ze nu nog helemaal geen data over verzamelen. Dat wordt een grote stap. Je moet concreet aantonen dat er geen sprake is van kinderarbeid en dat je keten niet bijdraagt aan het aantasten van het milieu. Dan ligt de bewijslast bij jou. Wat de impact is op die ene persoon in het proces, dat wordt leidend.’ 

Welke vragen leven er onder supermarktketens wanneer KPMG met ze spreekt?

Tholen: ‘Met name hoe ze op een voordelige manier en op grote schaal snel en goed inzicht krijgen in de keten. Voor specifieke stromen hebben ze dat wel in kaart, maar niet voor alle producten. Dan heb je flink veel denkkracht en technologie nodig. Laat ik het voorbeeld van Tony's Chocolonely noemen. Die hebben technologie waarmee ze precies in kaart kunnen brengen waar in Ghana de cacao vandaan komt. Datzelfde model wordt nu door Albert Heijn, Lidl en Aldi gebruikt om hun eigen cacaostroom in beeld te brengen. Maar een foodbedrijf dat 1000 of 1500 verschillende grondstoffen gebruikt, kan dat model niet zomaar voor al zijn producten inzetten. Dan moet er echt heel veel gebeuren. Dat is precies de kern van de vraag: Hoe ga je dit allemaal op schaal doen?’ 

Het CBL zegt: Supermarktketens rapporteren zich al suf. Hoe kijkt u naar zo’n uitspraak?

Tholen: ‘Ik schrik er zelf ook wel eens van hoe lang en groot die duurzaamheidsverslagen zijn van de grotere bedrijven. Die groei is grotendeels het gevolg van het stijgende aantal wettelijke eisen over rapportage. Naar verwachting zullen bedrijven alleen maar meer inzicht moeten geven in hun duurzaamheidsagenda dankzij op stapel staande wet- en regelgeving. Dus ik kan het me wel voorstellen dat bedrijven dat zeggen. De kunst om het rapporteren te vereenvoudigen wordt daarom steeds belangrijker.’

Zijn er punten die supermarkten onderschatten?

Tholen: ‘Onderschatting zit niet zozeer bij de retailers en leveranciers, maar vooral bij de consument. Het is begrijpelijk dat de buitenwereld vaak geen rekening houdt met de complexiteit van een groot bedrijf in een superconcurrerende wereld. Er zijn grote verwachtingen over hoe snel een bedrijf kan verduurzamen, hoe snel het leefbaar loon kan worden gerealiseerd. Maar als je elke week kijkt hoe bedrijven op prijs met elkaar moeten concurreren, simpelweg om marktaandeel te behouden of te veroveren en daarmee marge binnen te halen, is de ruimte om te bewegen op duurzaamheid niet altijd zo groot als je vanuit eigen waarden als supermarktketen wel zou willen. Het zou eenvoudiger zijn als de klant iets makkelijker een hogere prijs zou accepteren vanwege duurzaamheid. De realiteit is echter weerbarstig. De consument verwacht wel steeds meer, maar het feitelijke koopgedrag wordt uiteindelijk bepaald door gemak, kosten en de zichtbaarheid op het schap.’

Zit u met de wetgeving in zicht steeds vaker met supermarktketens rond de tafel?

Tholen: ‘We krijgen inderdaad partijen rond de tafel die we niet eerder hadden gezien wanneer het gaat om duurzaamheid. Die willen met name weten hoe en wat je moet rapporteren. Waar we tot voor kort vooral contact hadden met de duurzaamheidsmanagers, doen we nu ook zaken met veel andere functionarissen bij de verschillende supermarktketens en leveranciers. Zo spreken we bijvoorbeeld veel met financiële bestuurders en beleidsmakers die snel willen ontdekken hoe het technisch en inhoudelijk zit en welke gegevens daarvoor nodig zijn. De verantwoordelijkheid is immers groot. Wat voor de financiële rapportage geldt die ze al jaren kennen, wordt nu ook van toepassing voor rapportage over zogeheten niet-financiële zaken, zoals de impact van bedrijfsactiviteiten op mens, milieu en samenleving.’

Directeur Charlotte Linnebank van stichting Questionmark geeft in dit blad aan dat supermarktketens niet horen bij de best presterende bedrijven wat betreft de techniek van het rapporteren. Hoe kijkt u daar naar?

Tholen: ‘Het is de vraag of je de feitelijke duurzame prestaties van een bedrijf en de techniek van het rapporteren wel één op één op elkaar kunt leggen. Met andere woorden, als je af en toe een andere lens gebruikt bij het vergelijken, ga je ineens weer nieuwe dingen zien. Nederland heeft een aantal multinationals in de maakindustrie en in de financiële sector, die al jaren heel goed scoren met hun duurzaamheidsverslag. Het voordeel van die langdurige ervaring met rapporteren is dat je goed kunt vergelijken door de jaren heen. Maar dat zijn in vergelijking met de supermarktbranche wel omgevingen waar de marges doorgaans groter zijn, dus die hebben ook een groter team om die rapporten te maken. Op dat punt zou ik de supermarkten wel credits willen geven. De marges waarin zij opereren, staan vaak een stuk strakker.’

Herman te Pas

Herman te Pas

Nieuwscoördinator

Herman te Pas is nieuwscoördinator van Distrifood en legt zich vooral toe op nieuws en achtergrond over formules. Daarnaast is hij binnen de redactie het aanspreekpunt voor Distrifood Magazine.

NIEUW: ENTRA

Haal meer uit de energietransitie met ENTRA, platform voor duurzaamheidsmanagers en professionals. Onafhankelijk, actueel en altijd gericht op oplossingen.

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.